ECLI:NL:CRVB:2016:4650
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding reis- en verblijfkosten naar Indonesië wegens ontbreken therapeutisch behandelproces
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische invaliditeit, verzocht meerdere malen om vergoeding van reis- en verblijfkosten naar Indonesië om het graf van zijn vader te bezoeken en het oorlogsverleden af te sluiten. Deze verzoeken werden telkens afgewezen omdat niet was aangetoond dat de reis deel uitmaakte van een therapeutisch behandelproces met een behandelplan en evaluatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat vergoeding op grond van de Wubo alleen mogelijk is bij strikte medische noodzaak, waaronder een onmisbaar sluitstuk van een therapeutisch behandelproces. Uit verklaringen van behandelaars blijkt dat de reis niet in het kader van therapie plaatsvindt, maar voortkomt uit een obsessieve gedachte van appellant.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit deugdelijk is voorbereid en gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van reis- en verblijfkosten wordt afgewezen.