ECLI:NL:CRVB:2016:465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid en beperkingen voor WIA-uitkering na psychische en lichamelijke klachten
Appellant, werkzaam als luchthavenbeveiliger, viel in december 2008 uit wegens psychische klachten en lichamelijke klachten aan linkerarm en rug. Na eerdere toekenning van een WGA-uitkering verzocht hij in 2012 om herbeoordeling wegens vermeerderde arbeidsongeschiktheid. Medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport concludeerden dat appellant niet geschikt is voor zijn eigen werk maar wel voor vier theoretische functies, met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Het UWV wees het verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte met onder meer het argument dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld, waaronder oogklachten. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige had de geschiktheid van de functies voldoende gemotiveerd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad stelde vast dat de oogklachten niet objectief waren en dat de beperkingen door de lichamelijke klachten niet waren onderschat. Het verzoek om een deskundige te raadplegen werd afgewezen. De Raad concludeerde dat appellant medisch geschikt is voor de geduide functies en dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op WIA-uitkering omdat zijn beperkingen niet zijn onderschat en hij geschikt is voor de geduide functies.