ECLI:NL:CRVB:2016:4628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandtoeslag ondanks betwisting inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB met een toeslag van 20% vanwege haar situatie. Toen haar inwonende zoon 21 jaar werd, had zij volgens de gemeentelijke verordening recht op een toeslag van 10%. Het college herzag de bijstand en vorderde een deel van de toeslag terug wegens te veel ontvangen bijstand.
De rechtbank oordeelde dat appellante de inlichtingenplicht niet had geschonden, maar dat het college desalniettemin bevoegd was tot terugvordering omdat de toeslag te hoog was toegekend en er geen dringende redenen waren om af te zien van terugvordering.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet duidelijk kon zijn over de te hoge toeslag en dat het college daarom niet tot terugvordering had mogen overgaan. De Raad verwierp dit en bevestigde dat het college bevoegd is om fouten te herstellen door terugvordering, ook zonder schending van de inlichtingenplicht, tenzij dringende redenen zich voordoen.
De Raad concludeerde dat het beleid van het college om in beginsel altijd terug te vorderen niet onredelijk is, dat appellante geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen, en dat de rechtbank de terugvordering voldoende had gemotiveerd. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de bijstandtoeslag door het college wordt bevestigd.