ECLI:NL:CRVB:2016:4620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij ontslag ambtenaar gemeente Amsterdam
Verzoeker, sinds 1989 in dienst van de gemeente Amsterdam, werd na een negatieve beoordeling en verstoorde arbeidsverhoudingen ontslagen per 3 november 2015. Hij maakte bezwaar tegen zijn ontslag en de beoordelingsbesluiten, welke ongegrond werden verklaard. In hoger beroep verzocht hij tevens om een voorlopige voorziening om het ontslag te schorsen en doorbetaling van salaris.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker financieel niet in een nijpende situatie verkeert, aangezien hij een WW-uitkering ontvangt en mogelijkheden heeft om zijn uitgaven aan te passen. Ook achtte de rechter het niet aannemelijk dat het wachten op de hoofdzaak zodanige negatieve gevolgen heeft voor zijn werkzaamheden, reputatie of netwerk dat onmiddellijke schorsing noodzakelijk is.
De leeftijd en het langdurige dienstverband van verzoeker werden erkend als factoren die zijn positie op de arbeidsmarkt beïnvloeden, maar dit rechtvaardigt geen spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening. Gezien deze omstandigheden werd het verzoek afgewezen omdat niet voldaan is aan de voorwaarde van onverwijlde spoed zoals vereist in artikel 8:81 van Pro de Awb.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door voorzitter K.J. Kraan op 2 december 2016.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tot schorsing van het ontslag is afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.