ECLI:NL:CRVB:2016:4596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en toekenning WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant ontving sinds 2004 een WAO-uitkering wegens klachten aan de rechter onderarm, maar deze werd in 2009 ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Na hervatting van werkzaamheden en een ziekmelding in 2012 volgde een nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek in 2014. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering toe te kennen, maar na bezwaar werd een uitkering toegekend vanaf 12 juli 2012 met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling. In hoger beroep stelde appellant dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe medische rapporten.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek volledig en zorgvuldig was, waarbij de verzekeringsartsen alle klachten en medische informatie hebben meegewogen. De aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) weerspiegelt de beperkingen adequaat. Ook de arbeidskundige beoordeling dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies werd bevestigd, ondanks zijn stelling dat hij als rechtshandige niet met zijn linkerhand kan werken.
Gezien het ontbreken van nieuwe medische feiten en onvoldoende onderbouwing van appellant werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.