ECLI:NL:CRVB:2016:4569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig filiaalmanager, meldde zich ziek vanwege rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Zowel het bezwaar als het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard omdat de medische en arbeidsdeskundige beoordelingen zorgvuldig en goed gemotiveerd waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen voortkwamen uit rugklachten en niet uit spanningsklachten, en dat deze beperkingen waren onderschat. Hij overhandigde aanvullende medische stukken, waaronder behandelingen in Portugal en Nederland, en een rapport van een neuroradioloog uit 2003.
De Raad concludeerde dat deze stukken geen nieuwe medische informatie bevatten die tot een ander oordeel leiden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had deze informatie reeds meegewogen en gemotiveerd waarom deze niet tot een andere beoordeling leidde. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.