ECLI:NL:CRVB:2016:456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij kwijtscheldingsverzoek
Appellante had een verzoek ingediend tot kwijtschelding van een openstaande vordering en opheffing van beslag op haar AOW-pensioen, welke door het college was afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stemden partijen in met een minnelijke regeling waarbij de resterende schuld werd afgeboekt en het beslag werd opgeheven.
De Raad stelde ambtshalve vast dat appellante geen procesbelang meer had bij voortzetting van het hoger beroep, omdat het beoogde resultaat (kwijtschelding van de schuld) reeds was bereikt. Appellante voerde nog enkele vragen aan over berekening en rechtmatigheid van het beslag, maar deze vielen buiten de reikwijdte van het geding en konden geen procesbelang opleveren.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door rechter W.H. Bel op 9 februari 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.