Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 1996 bijstand en is sinds 2008 volledig ontheven van arbeidsverplichtingen op grond van de WWB. In 2014 heeft het college een besluit genomen tot gedeeltelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen voor twintig uur per week, gebaseerd op een medisch en arbeidskundig rapport. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een gebrek aan zorgvuldigheid in het onderzoek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het college het gebrek had hersteld met nieuw onderzoek.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij volledig ontheven had moeten worden vanwege haar medische beperkingen en overhandigde nieuwe medische informatie. De Raad beoordeelde ambtshalve of appellante voldoende procesbelang had om het hoger beroep te laten behandelen. Omdat de ontheffingstermijn was verstreken en er nog geen nieuw besluit was genomen, kon het hoger beroep slechts zien op toekomstige besluitvorming.
De Raad oordeelde dat dit onvoldoende is voor het aannemen van procesbelang, omdat appellante een nieuw besluit kan afwachten en dat besluit dan kan aanvechten. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voldoende procesbelang.