ECLI:NL:CRVB:2016:4552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herzieningsbeslissing bijstand
Appellanten ontvangen sinds 2001 bijstand en werden onderzocht vanwege ongebruikelijke financiële transacties. De sociale recherche stelde vast dat zij sieraden hadden beleend zonder dit te melden, wat leidde tot een herzieningsbeslissing van het dagelijks bestuur dat zij ten onrechte bijstand hadden ontvangen over de periode 2003-2011.
Het dagelijks bestuur vorderde vervolgens de onterecht ontvangen bijstand terug. Appellanten maakten bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit en gaven aan niet op de hoogte te zijn van de herzieningsbeslissing. Het bezwaar werd door het dagelijks bestuur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep betoogden appellanten dat de herzieningsbeslissing geen besluit was en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege onduidelijkheid over de gevolgen.
De Raad oordeelde dat de herzieningsbeslissing wel degelijk een besluit is, gericht op het tenietdoen van het recht op bijstand, en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de herzieningsbeslissing wegens termijnoverschrijding.