ECLI:NL:CRVB:2016:455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.W.H.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verwijtbaar verzuim om gevraagde gegevens te verstrekken
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd door de gemeente Rotterdam opgeroepen om bankafschriften over de laatste twaalf maanden te overleggen in het kader van een heronderzoek. Zij verscheen niet op het gesprek en verstrekte de gevraagde gegevens niet.
Het college schortte de bijstand op en trok deze later in, waarbij het een terugvordering van €317,68 oplegde. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de gevraagde gegevens relevant waren en appellante deze binnen de gestelde termijn had kunnen overleggen. Haar medische omstandigheden, gebaseerd op een oud auto-ongeluk, waren onvoldoende onderbouwd om het verzuim niet verwijtbaar te maken. De Raad concludeerde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54, vierde lid, WWB.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens verwijtbaar verzuim wordt bevestigd.