ECLI:NL:CRVB:2016:4524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering geldlening Bbz ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant, een voormalig zelfstandige met een autobandenbedrijf, ontving renteloze geldleningen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) om zijn bedrijf te beëindigen. Na definitieve vaststelling van het recht op bijstand werd een deel van de lening teruggevorderd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij op grond van een e-mail van een consulent mocht vertrouwen dat de lening niet zou worden teruggevorderd indien hij zijn bedrijf beëindigde. De Raad oordeelde dat deze e-mail geen ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging inhield en dat de terugvordering conform de toekenningsbesluiten rechtmatig was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank Rotterdam en wees het beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €6.241,75 en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.