ECLI:NL:CRVB:2016:4480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens voorzienbaarheid en reserveringsruimte
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en woonde tijdelijk bij een kennis. Na een executieveiling van die woning vroeg hij bijzondere bijstand aan voor de eerste maand huur en inrichtingskosten. Het college wees dit af omdat de verhuizing voorzienbaar was en appellant de kosten had kunnen reserveren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij door zijn financiële situatie onvoldoende had kunnen reserveren. De Raad oordeelde dat verhuis- en inrichtingskosten in beginsel uit het inkomen of reserveringen moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken. Schulden en beslag op uitkering vormen volgens vaste rechtspraak geen bijzondere omstandigheden.
Omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij onvoldoende reserveringsruimte had, bevestigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten.