ECLI:NL:CRVB:2016:4473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. ter Brugge
- J.M.M. van Dalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellant ontving sinds januari 2010 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een IB-signaal over werkzaamheden bij twee bedrijven startte het college een onderzoek. Appellant verklaarde werkzaamheden te verrichten bij een bedrijf met een nul-urencontract en ontving salaris via de bank.
Het college trok de bijstand met ingang van december 2013 in en vorderde de kosten terug over oktober 2013 tot en met januari 2014. Appellant stelde dat hij wel voldoende informatie had verstrekt om het recht op bijstand vast te stellen, onder meer met een arbeidsovereenkomst en loonstroken.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door niet tijdig en volledig te informeren over de omvang van zijn werkzaamheden en inkomsten. Tegenstrijdige verklaringen van appellant en zijn werkgever en het ontbreken van concrete bewijsstukken maakten vaststelling van het recht op bijstand onmogelijk.
Daarom was het college terecht gehouden tot intrekking en terugvordering. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden worden bevestigd.