ECLI:NL:CRVB:2016:4414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstand voor bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaarheid bedrijf
Appellante exploiteert sinds 2000 een winkel en heeft op 31 juli 2014 een aanvraag ingediend voor bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft deze aanvraag afgewezen op advies van Friedeberg Consultancy BV (FCBV), die concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar is.
De rechtbank Midden-Nederland vernietigde het besluit vanwege onvoldoende inzicht in bepaalde bedrijfskosten, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het bedrijf ook met lagere kosten onvoldoende aflossingscapaciteit zou hebben. Appellante stelde in hoger beroep dat haar bedrijf wel levensvatbaar is, onderbouwd met een eigen berekening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de beoordeling van levensvatbaarheid moet plaatsvinden op het moment van het besluit en dat het college zich mag baseren op het deskundigenadvies van FCBV. Dit advies is zorgvuldig tot stand gekomen, bevat geen feitelijke onjuistheden en is deugdelijk gemotiveerd. De door appellante voorgestelde lagere kosten en hogere aflossingscapaciteit overtuigen niet.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijstand voor bedrijfskapitaal wordt bevestigd omdat het bedrijf niet levensvatbaar is.