ECLI:NL:CRVB:2016:4410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor griffierecht en lening aflossing
Appellant ontvangt sinds februari 2013 bijstand op grond van de WWB. Hij heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor griffierechtkosten van 2013 en 2014 en voor de aflossing van een lening bij het college. Het college wees deze aanvragen af omdat geen bijstand met terugwerkende kracht wordt verleend en bijstand voor schulden niet wordt verstrekt volgens artikel 13 WWB Pro.
Appellant stelde bezwaar en beroep in, maar verscheen niet op de zitting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan niet gehoord te zijn en dat het college zich aan de wet moest houden, maar de Raad oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid tot horen had gekregen en dat het college het beleid consistent had toegepast.
De Raad benadrukte dat bijstand voor kosten die zijn gemaakt vóór de aanvraagdatum in principe niet wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, welke hier niet zijn aangetoond. Ook voor de leningaflossing is geen bijzondere bijstand toegekend omdat dit strijdig is met het systeem van de bijstandswetgeving en er geen zeer dringende redenen waren.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De aanvraag van bijzondere bijstand voor griffierechtkosten en leningaflossing wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.