ECLI:NL:CRVB:2016:4373

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 november 2016
Publicatiedatum
16 november 2016
Zaaknummer
15/8005 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College veroordeeld tot proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WWB-zaak. Tijdens de procedure trok appellant het hoger beroep in, omdat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geheel aan zijn verzoek was tegemoetgekomen met een besluit van 19 mei 2016.

Het college maakte geen gebruik van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen. Met instemming van partijen werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college op grond van artikel 8:75a Awb in samenhang met artikel 8:108 Awb Pro veroordeeld kan worden in de proceskosten wanneer het beroep wordt ingetrokken wegens tegemoetkoming. De proceskosten werden begroot op in totaal €1.984,-, bestaande uit kosten in bezwaar, beroep en hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

De Raad veroordeelde het college tot betaling van dit bedrag aan appellant. De uitspraak werd gedaan door rechter W.F. Claessens en griffier E. Blijleven-de Vries op 15 november 2016.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 1.984,- aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 15 november 2016
15/8005 WWB, 16/3547 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2015, 15/2955 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S. Ettalhaoui, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 7 juni 2016 heeft mr. Ettahaoui namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat het hoger beroep is ingetrokken omdat met het besluit van 19 mei 2016 aan appellante is tegemoetgekomen.
Het college wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 496,- in bezwaar € 992,- in beroep en € 496,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.984,-.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van
E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
15 november 2016.
(getekend) W.F. Claessens
(getekend) E. Blijleven-de Vries
HD