ECLI:NL:CRVB:2016:4342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtsbijstand wegens te late aanvraag
Appellant diende twee aanvragen in voor bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor de kosten van eigen bijdragen voor rechtsbijstand en griffierecht. Beide aanvragen werden door het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad afgewezen wegens het te laat indienen van de aanvragen, aangezien de kosten al waren ontstaan vóór de datum van de aanvraag. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat er bijzondere omstandigheden waren die bijstandsverlening met terugwerkende kracht rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijzondere bijstand in beginsel niet wordt verleend voor kosten die vóór de aanvraagdatum zijn ontstaan, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De Raad stelde vast dat de kosten van rechtsbijstand zijn ontstaan op het moment dat de Raad voor Rechtsbijstand de toevoeging aan de rechtsbijstandverlener heeft toegezonden, en dat appellant de aanvragen pas later indiende.
De Raad concludeerde dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die terugwerkende bijstand rechtvaardigen en bevestigde daarom de aangevallen uitspraken van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvragen om bijzondere bijstand wegens te late indiening en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.