ECLI:NL:CRVB:2016:43
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens vermogen uit afkoopbare levensverzekeringen
Appellant heeft bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees de aanvraag af vanwege vermogen boven de toepasselijke vermogensgrens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn levensverzekeringen als pensioenvoorziening moeten worden beschouwd en dat afkoop niet redelijk is.
De Raad overwoog dat levensverzekeringen die afkoopbaar zijn en redelijkerwijs kunnen worden gevergd, als vermogen in aanmerking moeten worden genomen. De levensverzekeringen van appellant worden gezien als uitgesteld vermogen en niet als pensioen, omdat het doel daarvan niet vastligt zoals bij werknemerspensioen. Hoge kosten bij afkoop doen hier niet aan af.
Omdat het college de aanvraag op juiste gronden heeft afgewezen, wordt het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Een verzoek om bijstand met een eerdere ingangsdatum behoeft geen bespreking. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd wegens vermogen uit afkoopbare levensverzekeringen.