ECLI:NL:CRVB:2016:4213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vrijwillige verzekering AOW en ANW wegens ontbreken verplichte verzekering
Appellant, die van 1996 tot 2000 in Nederland woonde en werkte, verzocht op 1 november 2014 om toelating tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat appellant nooit verplicht verzekerd was geweest voor deze wetten, met name in het jaar voorafgaand aan de aanvraag.
Appellant voerde aan dat hij op grond van een WAO-uitkering toch verplicht verzekerd zou zijn. De Raad oordeelde echter dat personen die buiten Nederland wonen en een WAO-uitkering ontvangen sinds 1 januari 2000 niet verplicht verzekerd zijn voor de AOW en ANW. De wettelijke bepalingen schrijven voor dat vrijwillige verzekering alleen mogelijk is aansluitend op een periode van verplichte verzekering en binnen een jaar na het einde daarvan.
De rechtbank Amsterdam had het bezwaar van appellant tegen het afwijzende besluit van de Svb ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag tot vrijwillige verzekering AOW en ANW werd afgewezen omdat appellant niet verplicht verzekerd was in het jaar voorafgaand aan de aanvraag.