ECLI:NL:CRVB:2016:4020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskosten na intrekking voorlopige voorziening in sociale zekerheidszaak
Verzoeker had bij het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking De Bevelanden bijstand ingevolge de Participatiewet ontvangen, welke per 1 mei 2016 werd ingetrokken. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg tegelijk een voorlopige voorziening bij de rechtbank, die niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig voldoen van griffierecht.
Het dagelijks bestuur trok het intrekkingsbesluit later in, waarna verzoeker het verzoek tot voorlopige voorziening introk en proceskostenvergoeding vorderde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening geen rechtsgrond had omdat geen hoger beroep was ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank.
Daarom waren de gemaakte kosten niet redelijkerwijs noodzakelijk en kon het dagelijks bestuur niet worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het verzoek werd dan ook afgewezen. Verzoeker werd gewezen op de mogelijkheid om het betaalde griffierecht te verhalen bij het dagelijks bestuur volgens de Awb.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het verzoek om voorlopige voorziening geen rechtsgrond had.