ECLI:NL:CRVB:2016:4003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. ter Brugge
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand en boete wegens verzwegen hennepstekkenkwekerij in huurwoning
Appellante ontving sinds april 2013 bijstand als alleenstaande. In december 2014 werd in haar huurwoning een in werking zijnde hennepstekkenkwekerij ontdekt met 65 moederplanten en 522 stekken. Stedin Netbeheer stelde diefstal van energie vast over de periode van april tot december 2014. Het college trok de bijstand over deze periode in, vorderde de kosten terug en legde een bestuurlijke boete op wegens het niet melden van de exploitatie.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, matigde de boete tot €7.000 en oordeelde dat het rapport van Stedin zorgvuldig was en de exploitatieperiode redelijk was vastgesteld. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad bevestigde dat de aanwezigheid van de hennepstekkenkwekerij de veronderstelling rechtvaardigt dat appellante mede-eigenaar was en inkomsten genoot. Appellante slaagde er niet in dit te weerleggen. Wel oordeelde de Raad dat het college onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe de exploitatieperiode was vastgesteld, omdat de rapportage niet toegespitst was op een hennepstekkenkwekerij en de berekening van stroomverbruik en exploitatieperiode onduidelijk bleef.
De Raad droeg het college op binnen zes weken het besluit te herzien met een betere motivering. De beslissing over de boete blijft aangehouden totdat het college het besluit herziet.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herzien wegens onvoldoende motivering van de exploitatieperiode; verdere beslissingen worden aangehouden.