ECLI:NL:CRVB:2016:3977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herstel recht op kinderbijslag wegens behoud woonplaats Nederland ondanks tijdelijk verblijf in Ghana
Appellante ontving kinderbijslag voor haar zoon die in september 2011 naar Ghana vertrok voor passend onderwijs. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde dat de zoon vanaf het vierde kwartaal van 2012 in Ghana woonde, waardoor de kinderbijslag op grond van de Wet BEU werd stopgezet. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de woonplaats van haar zoon niet was verlegd naar Ghana, mede vanwege zijn bijzondere omstandigheden en de tijdelijke aard van het verblijf. De Raad beoordeelde dat de duurzame band met Nederland niet definitief was verbroken, mede omdat de zoon was ingeschreven op het adres van zijn moeder, regelmatig werd bezocht en de leerplichtambtenaar het onderwijs in Ghana had goedgekeurd.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Svb, en bepaalde dat de Svb opnieuw op het bezwaar moet beslissen. Tevens werd de Svb veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit van de Sociale verzekeringsbank en bepaalt dat de woonplaats van de zoon niet is verlegd, waardoor het recht op kinderbijslag blijft bestaan.