Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:3897

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 oktober 2016
Publicatiedatum
18 oktober 2016
Zaaknummer
14/5221 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.H.M. Roelofs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoeken om herziening van eerdere bestuursrechtelijke uitspraken

Verzoeker heeft bij brief van 11 september 2014 verzocht om herziening van uitspraken van de Raad van 5 augustus 2014. Deze verzoeken betroffen herziening van eerdere uitspraken over WWB-zaken. Verzoeker stelde dat het bestuursorgaan en de rechter psychische dwang uitoefenden, bezwaren niet-ontvankelijk werden verklaard en gronden niet inhoudelijk werden behandeld, wat de rechtsgang frustreerde. Tevens werd onrechtmatige collectieve beleidsvoering en kapitaalvernietiging door het uitblijven van scholing en re-integratie aangevoerd.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens vaste rechtspraak alleen herziening van de oorspronkelijke uitspraak kan worden gevraagd en dat het verzoek om herziening van een eerder op een verzoek om herziening gewezen uitspraak niet passend is binnen het systeem van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er bestond geen aanleiding om van deze vaste rechtspraak af te wijken.

De uitspraak werd gedaan door R.H.M. Roelofs, in aanwezigheid van griffier J. Tuit, en uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2016.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart de verzoeken om herziening niet-ontvankelijk.

Uitspraak

14/5221 WWB, 14/5501, 14/5502 WWB, 14/5503 WWB, 14/5504 WWB, 14/5549 WWB
Datum uitspraak: 11 oktober 2016
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op de verzoeken om herziening van de uitspraken van de Raad van
5 augustus 2014, 13/1522, 13/1523, 13/1524, 13/1525
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van Medemblik (college)
PROCESVERLOOP
Bij brief van 11 september 2014 heeft verzoeker gevraagd om herziening van uitspraken van de Raad van 5 augustus 2014.
Het college heeft op deze verzoeken om herziening gereageerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2016. Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.D. Weber.

OVERWEGINGEN

1. Bij de uitspraken waarvan thans om herziening wordt verzocht, heeft de Raad verzoeken om herziening van zijn uitspraken van 1 mei 2012, 11/1085, 13/1524, 13/1526, 13/1530 en 11/1095 WWB en 22 maart 2012, 10/2676 afgewezen.
2. Verzoeker heeft aan de onderhavige verzoeken, samengevat, ten grondslag gelegd dat het bestuursorgaan en de rechter in eerste aanleg en in hoger beroep psychische dwang uitoefenen. Volgens verzoeker worden herhaaldelijk bezwaren niet-ontvankelijk verklaard en gronden niet inhoudelijk behandeld. Hierdoor wordt de rechtsgang van verzoeker gefrustreerd. Ook is sprake van onrechtmatige collectieve beleidsvoering. Door verzoeker gemaakte kosten worden genegeerd en niet uitbetaald. Ook is sprake van kapitaalvernietiging door het uitblijven van scholing en re-integratie. Verzoeker heeft verouderde kennis op het gebied van de ICT en heeft vanaf 2002 herhaaldelijk verzocht om ICT-scholing.
3.Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 27 oktober 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO2051) kan alleen van de oorspronkelijke uitspraak herziening worden gevraagd. Het doen van een verzoek om herziening van een reeds eerder op een verzoek om herziening gewezen uitspraak wordt als zinloos en dus in het systeem van de Algemene wet bestuursrecht niet passend beschouwd. Een dergelijk verzoek moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. In wat verzoeker naar voren heeft gebracht wordt geen aanleiding gezien om van de vaste rechtspraak af te wijken.
4. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart de herzieningsverzoeken niet-ontvankelijk
Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van J. Tuit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2016.
(getekend) R.H.M. Roelofs
(getekend) J. Tuit

HD