ECLI:NL:CRVB:2016:388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WGA-uitkering ondanks medische bezwaren appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit dat hij geen recht had op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na intrekking van het eerdere besluit heeft het UWV het bezwaar gegrond verklaard en een WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 68,59%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn gezondheidstoestand, waaronder OSAS, diabetes mellitus en diverse lichamelijke klachten, en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist was vastgesteld. Tevens betwistte hij de berekening van de loongerelateerde uitkering.
De Raad oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische rapporten van verzekeringsartsen bezwaar en beroep deugdelijk en gemotiveerd waren. De aangevoerde medische informatie en rapporten van derden boden geen aanleiding om het oordeel van het UWV te wijzigen. Ook de arbeidskundige beoordeling dat appellant knie- en rugsparend werk kan verrichten werd bevestigd. De berekening van de uitkering was eveneens correct.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot toekenning van een WGA-uitkering van 68,59% wordt bevestigd.