ECLI:NL:CRVB:2016:3874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onjuiste toepassing overgangsrecht kostendelersnorm in bijstandsuitkering
Appellante ontving bijstand volgens de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 20%. Haar dochter, geboren in 1995, woonde bij haar en had tot 1 augustus 2014 studiefinanciering. Het college verlaagde de toeslag vanaf 1 augustus 2014 naar 10% vanwege de kostendelersnorm, en vorderde te veel betaalde bijstand terug over de periode 1 augustus 2014 tot 31 maart 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het overgangsrecht dat de invoering van de kostendelersnorm regelt, niet van toepassing is op appellante. Omdat haar dochter op 1 januari 2015 nog geen 21 jaar was, wordt zij niet meegeteld bij de kostendelersnorm, waardoor appellante recht heeft op de volledige norm voor een alleenstaande.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het de herziening en terugvordering vanaf 1 januari 2015 betreft en bepaalt dat appellante recht heeft op bijstand volgens de volledige norm. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht vergoed.
De uitspraak benadrukt dat het overgangsrecht bedoeld is om bestaande bijstandsontvangers te beschermen tegen financiële achteruitgang, wat in dit geval niet aan de orde is omdat appellante er juist op vooruitgaat onder de nieuwe regeling.
Uitkomst: Het college heeft ten onrechte het overgangsrecht toegepast; appellante heeft recht op bijstand volgens de volledige norm vanaf 1 januari 2015.