ECLI:NL:CRVB:2016:383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening WIA-uitkering en vergoeding kosten bezwaar afgewezen door UWV
Appellant, die sinds 2007 arbeidsongeschikt is door psychische en lichamelijke klachten na een mishandeling, vroeg om een IVA-uitkering. Het UWV kende hem een WGA-loongerelateerde en later een loonaanvullingsuitkering toe, maar wees het verzoek om een IVA-uitkering af wegens onvoldoende volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Appellant stelde dat de procedure onzorgvuldig was, onder meer omdat hij niet vooraf was geïnformeerd over een herkeuring tijdens de hoorzitting en dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegewogen. Hij verzocht ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het UWV handhaafde het besluit en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV ten onrechte de vergoeding van kosten in bezwaar had geweigerd, omdat door de gewijzigde mate van arbeidsongeschiktheid sprake was van herroeping. De Raad verwierp de klachten over de procedure en de inhoudelijke beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Er was voldoende rekening gehouden met de medische situatie en benutbare mogelijkheden van appellant. De Raad bevestigde dat appellant niet volkomen en duurzaam arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op een IVA-uitkering.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de kostenvergoeding betrof en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten. Voor het overige werd het besluit en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de vergoeding van kosten in bezwaar en voor het overige ongegrond; het verzoek om een IVA-uitkering wordt afgewezen.