ECLI:NL:CRVB:2016:3773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugkomen van intrekking bijstand wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om terug te komen op het besluit van 20 augustus 2013 waarbij zijn bijstand werd ingetrokken. Dit verzoek werd door het college afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die het eerdere besluit konden wijzigen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was en dat de intrekking leidde tot ernstige persoonlijke en financiële problemen, waaronder huisuitzetting en verlies van inboedel.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op een verzoek om terug te komen van een besluit artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wat inhoudt dat alleen nieuwe feiten of omstandigheden het verzoek kunnen rechtvaardigen. De verslechterde financiële situatie van appellant was een gevolg van het eerdere besluit en geen nieuw feit. Het college had dan ook terecht het verzoek afgewezen en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van de intrekking van bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.