ECLI:NL:CRVB:2016:3710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit college over bijzondere bijstand in de vorm van geldlening voor wasmachine
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en vroeg bijzondere bijstand aan voor de vervanging van haar wasmachine. Het college kende deze bijstand toe als een renteloze geldlening van €523,-. Appellante maakte bezwaar tegen deze leningvorm, stellende dat de bijstand om niet had moeten worden verleend volgens artikel 48 van Pro de Participatiewet (PW).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het college. In hoger beroep stelde appellante dat de leningvorm onterecht was toegekend, omdat de omstandigheden voor een lening niet van toepassing zouden zijn. De Raad oordeelde dat artikel 51 van Pro de PW het college een discretionaire bevoegdheid geeft om bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen als lening te verstrekken.
De Raad vond het beleid van het college, zoals neergelegd in de Beleidsregels bijzondere bijstand Participatiewet Zoetermeer 2015, redelijk en binnen de wettelijke kaders. Ook de financiële situatie van appellante bood geen aanleiding tot afwijking van het beleid, mede omdat zij beschermd is door regels omtrent de beslagvrije voet bij aflossing van de lening.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht bijzondere bijstand als renteloze geldlening heeft toegekend.