ECLI:NL:CRVB:2016:3691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Geen erkenning van ganglion als ongeval tijdens militaire oefening
Appellante, werkzaam als kapitein bij de Koninklijke Landmacht, ontwikkelde tijdens een militaire oefening waarbij zij een zware brancard droeg een ganglion aan haar linkerhand. De minister van Defensie kwalificeerde dit letsel als een medische aangelegenheid en niet als een ongeval, waardoor een uitkering op grond van een ongeval werd geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad hanteerde de definitie van ongeval als een gekwetst worden door een onvoorziene omstandigheid, bepaald door een misgreep, een van buiten komende gebeurtenis of onverwacht geweld.
De Raad oordeelde dat het herpakken van de zware brancard, na het uit balans raken, niet als een misgreep in letterlijke zin kan worden gezien. Ook het ontbreken van ervaring en instructie bij appellante veranderde dit oordeel niet. Het ganglion kon niet worden aangemerkt als een ongeval, waardoor het beroep niet slaagde.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het ontstaan van het ganglion wordt niet erkend als een ongeval, waardoor het beroep van appellante wordt afgewezen.