ECLI:NL:CRVB:2016:3690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motivering en toekenning LFNP-functie bij korpschef politie
Appellant, werkzaam bij de politie, maakte bezwaar tegen het besluit van de korpschef om hem per 1 januari 2012 toe te wijzen aan de LFNP-functie [naam 2] in salarisschaal 8. Hij stelde dat de matching niet correct was uitgevoerd en dat hij had moeten worden ingedeeld bij het vakgebied Operationeel Specialismen, wat een hogere salarisschaal 9 zou betekenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht of de korpschef de juiste procedure en motivering had gevolgd bij de toekenning van de LFNP-functie. De Raad oordeelde dat de korpschef terecht verwees naar de Regeling overgang naar een LFNP-functie en de transponeringstabel, en dat het aan appellant was om aannemelijk te maken dat de matching onjuist was.
De Raad vond dat het argument van appellant dat een alternatieve matching ook verdedigbaar was, onvoldoende was om het besluit aan te tasten. De korpsfunctie van appellant werd als overwegend uitvoerend beoordeeld, passend bij het vakgebied Tactische Opsporing, en niet bij het beleidsmatige vakgebied Operationeel Specialismen. Hoewel de motivering summier was, was deze voldoende gelet op de verwijzing naar de relevante regelgeving.
Verzoeken tot vergoeding van proceskosten werden afgewezen, omdat geen sprake was van een ondeugdelijke motivering die een veroordeling rechtvaardigde. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de LFNP-functie door de korpschef wordt bevestigd.