ECLI:NL:CRVB:2016:3675
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Bij brief van 15 juni 2016 trok zij het hoger beroep in en verzocht de Raad het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting is met toestemming van partijen achterwege gelaten. De Raad stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken omdat het college met een besluit van 26 mei 2016 aan appellante was tegemoetgekomen.
Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad veroordeelde het college in de proceskosten, begroot op € 992,- in beroep en € 496,- in hoger beroep, totaal € 1.488,-.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter W.F. Claessens en griffier N. Khachatryan op 4 oktober 2016 in het openbaar.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.488,-.