De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een besluit van het UWV over zijn arbeidsongeschiktheidspercentage in het kader van de WIA. Na een tussenuitspraak heeft het UWV een aangepast rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ingediend, waarin de bevindingen van psychiater Kazemier over toegenomen beperkingen zijn overgenomen en verwerkt in een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft op basis van deze gewijzigde FML geconcludeerd dat drie van de vier oorspronkelijk geselecteerde functies nog passend zijn en dat appellant een verlies aan verdiencapaciteit van 30,57% heeft. Appellant betwistte onder meer dat autorijden als beperking was verwerkt en het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% bleef.
De Raad oordeelt dat het UWV het gebrek in het bestreden besluit heeft hersteld door de bevindingen van de psychiater over te nemen en deze adequaat te motiveren. De motivering van de arbeidsdeskundige is volledig en deugdelijk. Daarom slaagt het hoger beroep van appellant niet. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.