ECLI:NL:CRVB:2016:3669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en veroordeling college in proceskosten WWB-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam in een WWB-zaak. Bij brief heeft de advocaat van appellant het hoger beroep ingetrokken nadat het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan appellant was tegemoetgekomen met een besluit van 31 december 2014.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend en partijen stemden in met het achterwege laten van een zitting. De Raad heeft het onderzoek gesloten en overwogen dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad veroordeelt het college in de proceskosten van appellant, begroot op €496,- voor verleende rechtsbijstand, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter W.F. Claessens op 4 oktober 2016.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant tot een bedrag van €496,- wegens intrekking van het hoger beroep na tegemoetkoming.