ECLI:NL:CRVB:2016:3653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-feitelijk verblijf op opgegeven adres
Appellant heeft een aanvraag om bijstand ingediend waarbij hij verklaarde te wonen op een bepaald adres. Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas voerde onderzoek uit, waaronder een huisbezoek, waaruit bleek dat appellant niet feitelijk op dat adres verbleef.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overwoog dat de feitelijke situatie tijdens het huisbezoek, zoals het ontbreken van persoonlijke bezittingen en levensmiddelen, voldoende grond bood om te concluderen dat appellant niet op het opgegeven adres woonde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel persoonlijke bezittingen aanwezig waren en dat hij elders at, maar deze stellingen werden onvoldoende onderbouwd en konden de bevindingen van het huisbezoek niet weerleggen. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd wegens niet-feitelijk verblijf op het opgegeven adres.