ECLI:NL:CRVB:2016:3652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstand buiten behandeling gelaten wegens onvolledige gegevensverstrekking
Appellant diende op 1 oktober 2014 een aanvraag bijstand in op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch verzocht appellant meerdere malen om alle bankafschriften van juni tot september 2014 in te leveren en een bewijs van levensonderhoud. Hoewel appellant enkele bankafschriften overlegd heeft, voldeed hij niet aan het volledige verzoek, met name inzake zijn ING-rekeningen.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro wegens onvoldoende gegevensverstrekking. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college het recht op bijstand had kunnen beoordelen op basis van de ingediende stukken en dat hem meer tijd had moeten worden gegeven.
De Raad oordeelde dat het college terecht om alle bankafschriften vroeg voor een juiste beoordeling en dat de termijn van ruim een week om de stukken aan te leveren redelijk was. Appellant had bovendien niet om uitstel verzocht. Het college had een zwaarwegend belang bij voortvarende behandeling van aanvragen, waardoor de buitenbehandelingstelling niet disproportioneel was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig aanleveren van alle benodigde bankafschriften.