ECLI:NL:CRVB:2016:3650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.H.M. van de Ven
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens weigering volledig huisbezoek ter vaststelling woonsituatie
Appellant ontving bijstand sinds februari 2013 en was ingeschreven op een adres met een huurcontract op twee namen. Na een gesprek met een handhavingspecialist weigerde appellant een huisbezoek op het uitkeringsadres volledig toe te staan, omdat hij alleen toestemming gaf voor de benedenverdieping en zijn slaapkamer. Het college trok daarop de bijstand per 29 augustus 2014 in wegens twijfel over de woonsituatie en het ontbreken van volledige medewerking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. Hij stelde dat zijn weigering betrekking had op een toekomstige situatie en dat er ten onrechte geen huisbezoek was uitgevoerd. De Raad oordeelde dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek en dat appellant 'informed consent' had gegeven, maar onder voorwaarden die het huisbezoek onvolledig maakten.
De Raad benadrukte dat medewerking onder voorwaarden die het doel van het huisbezoek frustreren, gelijkstaat aan weigering. Het belang van het verkrijgen van een volledig beeld van de woonsituatie woog zwaarder dan het privacybelang van appellant. Daarom was het college niet verplicht alsnog een huisbezoek af te leggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering van een volledig huisbezoek wordt bevestigd.