Uitspraak
13 augustus 2014, 14/1556 en 14/1557 (aangevallen uitspraak)
mr. A.P. van den Berg.
OVERWEGINGEN
18 oktober 2013 ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellante is in hoger beroep verschenen tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland waarin zij schuldig nalatig werd verklaard over de jaren 2002, 2004, 2005 en 2007 vanwege het niet betalen van premies volksverzekeringen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had ambtshalve aanslagen vastgesteld op basis van gegevens van de Belastingdienst, waaruit bleek dat appellante achterstallige bedragen verschuldigd was.
In hoger beroep bleef alleen de schuldig nalige verklaring over het jaar 2007 in geschil. De Raad overwoog dat de aanslag voor dat jaar ambtshalve was vastgesteld omdat appellante geen of onvoldoende medewerking had verleend. Appellante had de mogelijkheid gekregen om aan te tonen dat de aanslag was verminderd, maar zij leverde geen bewijs daarvoor aan.
Daarmee stond vast dat appellante de premies niet had betaald en dat zij schuldig nalatig was in de zin van artikel 61 van Pro de Wet financiering sociale verzekeringen. Omdat de eerdere uitspraak voor de andere jaren niet was bestreden, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schuldig nalige verklaring over 2007 bevestigd.