ECLI:NL:CRVB:2016:359
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek WUV-uitkering wegens ontbreken oorzakelijk verband medische klachten met overlijden vader
Appellant, geboren in 1940, verzocht meerdere malen om toekenning van een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Zijn verzoeken werden afgewezen omdat hij zelf geen vervolging had ondergaan en de medische klachten niet in verband konden worden gebracht met het overlijden van zijn vader, die in 1943 in Sobibor werd vermoord.
Medisch onderzoek door de geneeskundig adviseur wees uit dat appellant diverse lichamelijke en psychosociale klachten had, maar dat deze niet het gevolg waren van het overlijden van zijn vader. Appellant voerde aan dat hij in 1942 brandwonden had opgelopen bij een ongeval dat verband zou houden met het uit huis halen van zijn vader, maar dit werd niet als een direct oorzakelijk verband met de vervolging van zijn vader erkend.
De Raad concludeerde dat de medische klachten van appellant redelijkerwijs niet in verband staan met het overlijden van zijn vader en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.