Uitspraak
OVERWEGINGEN
WGA-vervolguitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
17 juni 2014 onveranderd recht heeft op een vervolguitkering op grond van de Wet WIA naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 7 juni 2010 een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA met een arbeidsongeschiktheid van 35,05%. Na een melding van toegenomen klachten in november 2013 stelde het UWV bij besluit van april 2014 vast dat appellant geen recht meer had op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid onder 35%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit.
In bezwaar werden extra beperkingen vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) vanwege beginnend carpaal tunnelsyndroom (CTS). Het UWV verklaarde het bezwaar gegrond en handhaafde het recht op een WIA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35-45%. De rechtbank onderschreef deze medische en arbeidskundige grondslag en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer beperkt was, met name door psychische klachten, beginnend CTS, onvoldoende kwalificaties en computerkennis. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek volledig en zorgvuldig was, dat de beperkingen in de aangepaste FML logisch en consistent waren en dat geen aanwijzingen bestonden voor psychische stoornissen. Ook de arbeidskundige beoordeling werd bevestigd, waarbij werd vastgesteld dat appellant voldoende kwalificaties en vaardigheden had voor de geduide functies.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt is voor de functies waarop de schatting is gebaseerd en dat het hoger beroep faalt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.