ECLI:NL:CRVB:2016:3539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken dakloosheid
Appellant diende op 3 december 2014 een nieuwe aanvraag om bijstand in nadat een eerdere aanvraag op 26 februari 2014 was afgewezen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de criteria voor dakloosheid, een vereiste voor bijstand in deze situatie.
De Raad toetste het besluit op basis van de Participatiewet, die sinds 1 januari 2015 van kracht is. Uit onderzoek van de Dienst Werk en Inkomen bleek dat appellant niet op de door hem opgegeven verblijfplaatsen werd aangetroffen. Ook werd vastgesteld dat hij voornamelijk verbleef op het adres van zijn ouders, waardoor hij niet als dakloos kan worden aangemerkt.
Appellant voerde aan dat hij wel op meerdere locaties verbleef en dat hij op het adres van zijn ouders slechts tijdelijk verbleef. Deze stellingen konden niet worden onderbouwd met voldoende bewijs. De Raad oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat zijn situatie was gewijzigd ten opzichte van de eerdere aanvraag.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen omdat hij niet heeft aangetoond dakloos te zijn.