ECLI:NL:CRVB:2016:3527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Onterecht opgelegd disciplinair strafontslag wegens plichtsverzuim bij penitentiair medewerker
Appellant was werkzaam als medior penitentiair inrichtingswerker bij de Penitentiaire Inrichtingen Amsterdam. Na meldingen over ongewenste gedragingen is een disciplinair onderzoek ingesteld. De minister legde appellant op grond van artikel 81 ARAR Pro ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het ontslag in stand. Het hoger beroep richtte zich op deze beslissing. De Raad beoordeelde de bewijsvoering van de minister over drie gedragingen: het duwen van een collega in een cel, het aanranden van een andere collega en het lastigvallen van een derde collega.
De Raad vond dat de verklaringen onvoldoende onafhankelijk en niet overtuigend waren, mede door gebrek aan ondersteunend bewijs en onduidelijkheid over data en betrokkenheid. Hierdoor kon niet met overtuiging worden vastgesteld dat appellant de gedragingen had begaan. De minister was daarom niet bevoegd het ontslag op te leggen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen in stand waren gelaten en herroept het ontslagbesluit zelf. Tevens veroordeelde de Raad de minister in de kosten van appellant.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs voor plichtsverzuim; de minister was niet bevoegd het ontslag op te leggen.