Uitspraak
14.6419 WWB
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijstand aan op basis van de Wet werk en bijstand en gaf daarbij meerdere verblijfplaatsen op. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) van Amsterdam voerde een onderzoek uit waarbij handhavingsspecialisten de opgegeven adressen bezochten, maar appellant werd niet aangetroffen. Op grond hiervan weigerde het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bijstand, omdat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel op een van de adressen aanwezig was geweest tijdens het bezoek en dat de huisbezoeken op ongeschikte tijdstippen plaatsvonden. De Raad oordeelde dat appellant geen juiste of volledige opgave had gedaan, dat het rapport van de handhavingsspecialisten betrouwbaar was en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangegeven die het tijdstip van bezoek rechtvaardigden.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 13 september 2016.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht over verblijfplaatsen.