ECLI:NL:CRVB:2016:3482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over financiële situatie voorafgaand aan aanvraag
Betrokkene diende op 19 december 2013 een aanvraag in voor bijstand bij het dagelijks bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant. Dit bestuur stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling wegens onvoldoende informatie over de financiële situatie van betrokkene. Na bezwaar werd de aanvraag alsnog inhoudelijk beoordeeld en afgewezen omdat betrokkene onvoldoende gegevens verstrekte over zijn inkomsten en middelen voorafgaand aan de aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat op basis van verklaringen van getuigen was vastgesteld dat betrokkene wel aan zijn inlichtingenplicht had voldaan. Het dagelijks bestuur stelde hiertegen hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat betrokkene onvoldoende duidelijkheid had verschaft over de omvang en aard van de betalingen die hij van een neef ontving en de werkzaamheden die hij verrichtte in ruil voor woonruimte en maaltijden. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of betrokkene recht had op bijstand. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door P.W. van Straalen op 20 september 2016.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.