ECLI:NL:CRVB:2016:3470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag wegens het bereiken van achttienjarige leeftijd jongste kind
Appellant, woonachtig in Marokko en ontvanger van een WAO-uitkering, kreeg kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde de kinderbijslag per het vierde kwartaal van 2014 omdat het jongste kind van appellant op 25 augustus 2014 achttien jaar werd, waardoor het overgangsrecht op kinderbijslag verviel.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij verzekerd bleef omdat hij een WAO-uitkering ontvangt en dat hij voor zijn andere kinderen altijd kinderbijslag ontving. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant vanaf 1 januari 2006 niet meer verzekerd was voor de AKW, maar zolang hij aan de voorwaarden voldeed, recht had op kinderbijslag. Het bereiken van de leeftijd van achttien jaar door het jongste kind leidde tot het vervallen van dit recht. De Raad wees ook op het ontbreken van cassatiemogelijkheid tegen de toepassing van artikel 7c van de AKW.
De beslissing werd genomen in het openbaar op 16 september 2016 door M.M. van der Kade, waarbij het hoger beroep ongegrond werd verklaard en de beëindiging van de kinderbijslag werd bevestigd.
Uitkomst: De kinderbijslag is terecht beëindigd omdat het jongste kind achttien jaar is geworden en het overgangsrecht vervalt.