ECLI:NL:CRVB:2016:3427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep tegen afwijzing versnelde behandeling
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 15 juli 2016, waarin zijn verzoek tot versnelde behandeling werd afgewezen. Tevens heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan bij de Centrale Raad van Beroep.
De voorzieningenrechter stelt vast dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist, maar dat het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de hoofdzaak. Omdat het hoger beroep tegen de beslissing tot afwijzing van de versnelde behandeling pas samen met het hoger beroep tegen de hoofdzaak kan worden ingesteld, zal het hoger beroep naar verwachting niet-ontvankelijk worden verklaard.
Gezien deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen grond om een voorlopige voorziening te treffen en wijst het verzoek af. Er wordt geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan ontvankelijkheid van het hoger beroep.