Uitspraak
13 juli 2016. Namens appellante is verschenen mr. Kaya. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Z. Seyban. Na behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst.
OVERWEGINGEN
19 november 2012 geen recht meer heeft op ziekengeld.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als cateringmedewerkster, viel uit met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV stelde vast dat zij per 19 november 2012 geschikt was voor ten minste één van de aan haar voorgehouden functies en beëindigde haar ZW-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen niet werden onderschat.
In hoger beroep stelde appellante dat de diagnose Hernia Nucleus Pulposus (HNP), gesteld na de datum in geding, reeds eerder aanwezige klachten verklaarde die onvoldoende waren meegewogen. Het UWV verweerde zich door te stellen dat het niet om de diagnose maar om objectief vastgestelde beperkingen gaat en dat een verslechtering na de datum niet relevant is.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek zorgvuldig en volledig was, dat de beperkingen op de datum in geding niet werden onderschat en dat de medische stukken geen aanleiding geven tot twijfel aan de conclusies van de verzekeringsartsen. De Raad bevestigde daarom de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op Ziektewet-uitkering per 19 november 2012.