Uitspraak
31 oktober 2014, 14/2890 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende bezwaar in tegen de afwijzing van haar bijstandsaanvraag, maar deed dit na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat zij binnen de termijn telefonisch haar onvrede had geuit bij een klachtenfunctionaris en dat haar zwangerschap en medische problemen haar verhinderden tijdig bezwaar te maken. De Raad oordeelde echter dat de telefonische melding geen vervanging is van het formele bezwaarschrift en dat de medische omstandigheden onvoldoende aannemelijk maken dat zij niet eerder schriftelijk bezwaar kon maken, eventueel met hulp van een derde.
De Raad benadrukte dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van de betrokkene behoort om tijdig bezwaar te maken, en dat de klachtenfunctionaris niet verplicht was appellante te wijzen op de bezwaartermijn. Gezien deze overwegingen is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en wordt het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de termijnoverschrijding voor het indienen van bezwaar niet verschoonbaar is en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.