ECLI:NL:CRVB:2016:3401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling bijstandsaanvraag wegens niet aanleveren gegevens
Appellant diende op 26 januari 2015 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college verzocht appellant om diverse gegevens, waaronder bankafschriften van de afgelopen drie maanden, uiterlijk 9 februari 2015 te overleggen. Appellant kwam hier niet aan tegemoet. Het college stelde de aanvraag daarop bij besluit van 13 februari 2015 buiten behandeling, gehandhaafd bij besluit van 8 juni 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor zijn stelling dat een psychische stoornis hem verhinderde de gevraagde gegevens tijdig aan te leveren. In hoger beroep herhaalde appellant dit verweer, maar ook de Centrale Raad van Beroep vond dat appellant geen medische stukken had overgelegd die zijn onvermogen onderbouwden.
De Raad benadrukte dat appellant, indien hij niet in staat was de stukken te verstrekken, hulp had kunnen inroepen. Bovendien bleek uit het feit dat appellant op 23 februari 2015 een nieuwe aanvraag deed waarbij hij wel alle benodigde gegevens tijdig aanleverde, dat hij hiertoe in staat was. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De buitenbehandelingstelling van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens zonder medische onderbouwing.