ECLI:NL:CRVB:2016:339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen intrekking persoonsgebonden budget
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Delfzijl om haar persoonsgebonden budget (pgb) met ingang van 1 januari 2012 in te trekken en het over 2012 verleende bedrag terug te vorderen. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn, welke termijnoverschrijding niet verschoonbaar werd geacht.
De rechtbank had geoordeeld dat appellante het bezwaarschrift niet tijdig had ingediend en dat de door haar aangevoerde omstandigheden, zoals beperkte beheersing van de Nederlandse taal en gebrek aan kennis van het pgb-stelsel, geen verschoonbaarheid opleverden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij hulp had gezocht bij een gemachtigde en dat de termijnoverschrijding daardoor verschoonbaar zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De Raad wees erop dat het feit dat appellante financieel belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling geen reden is om het verzuim te vergoelijken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De termijnoverschrijding voor het indienen van bezwaar tegen intrekking van het persoonsgebonden budget is niet verschoonbaar, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk blijft.