ECLI:NL:CRVB:2016:3375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting door dakloze appellant
Appellant diende op 21 maart 2014 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand, waarbij hij aangaf dakloos te zijn. Tijdens een intakegesprek op 26 maart 2014 werden afspraken gemaakt over het dagelijks doorgeven van zijn verblijfplaats voor 22.00 uur en het bereikbaar zijn op een opgegeven telefoonnummer tot 7.30 uur 's ochtends.
De gemeente Haarlem stelde een onderzoek in naar de woon- en leefsituatie van appellant. Uit het rapport van 1 april 2014 bleek dat appellant niet aan deze afspraken had voldaan; hij had niet dagelijks zijn verblijfplaats doorgegeven en was telefonisch niet bereikbaar. Op grond hiervan wees het college van burgemeester en wethouders van Haarlem de bijstandsaanvraag af wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat appellant onvoldoende controleerbare gegevens verstrekte over zijn verblijfplaats en dat het college terecht weigerde bijstand toe te kennen omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder de benodigde informatie. De stelling van appellant dat de afspraken onduidelijk waren, werd verworpen. De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsverplichting.